fondswerving
Zoals in de marketing de 5 P’s zijn gedefinieerd ( Product, Prijs, Personeel, Promotie en Plaats), zo kennen we in de fondswerving ‘de 5 W’s’. Bij elke fondsenwervingsactie, of die nu ad hoe is of structureel, omvangrijk of beperkt, gaat het altijd om de volgende vijf vragen. Zij zijn feitelijk de uitgangspunten van uw fondsenwervingsbeleid. Waarom gaat U vragen? Wat is uw probleem? Is dat niet anders op te lossen dan met fondsenwerving? En is het eigenlijk wel zo’n groot probleem? Wat beoogt u met de fondsenwerving? Alleen het verkrijgen van financiële middelen? Of hebt u ook nog strategische nevendoelen. Uw naamsbekendheid of uw imago? Motivatie van uw personeel? Wat gaat u vragen? Geld? Expertise? Immateriële hulp? Tijd? Alhoewel bij fondsenwerving altijd als eerste gedacht wordt aan geld, kan ook om andere bijdragen worden gevraagd. Hulp bijvoorbeeld bij het organiseren van evenementen, vrijwilligerswerk, technische hulp, ondersteuning, schenking van afgeschreven computers, gratis drukwerk, gratis gebruik van ruimten en apparatuur, specifieke expertise waarover u niet beschikt, juridische advisering, hulp van een notaris, etc. Er is van alles te bedenken. Het gaat hier om een zo helder mogelijke omschrijving van het doel. Dat moet zo concreet mogelijk zijn. Het opzetten van de kinderboerderij of het realiseren van een ontspanningsruimte voor de bewoners van het verpleeghuis.
De organisatie van een spraakmakend evenement of het starten met een maïsmeelfabriekje in Oeganda. Liefst geen vage plannen en zeker geen bijdragen om gaten in de exploitatie te vullen. Vraag naar steun voor sympathie oproepende doelen. Wie zijn uw ‘prospects’, degenen die u om een bijdrage gaat vragen? En wie niet? Als u sponsors gaat zoeken, op welke categorie bedrijven richt u zich dan. En op welke niet? Die laatste vraag is misschien nog wel belangrijker dan de eerste. Een fabrikant van producten waarvan bewezen is dat ze schadelijk zijn voor de gezondheid komt niet in aanmerking als sponsor van een instelling voor gezondheidszorg. Daar zijn de meesten het wel over eens. Maar een bierbrouwer? Een biertje elke dag kan absoluut geen kwaad, maar tien biertjes per dag lijkt toch wel veel op alcoholisme. Waar ligt de grens? Vaak zijn die niet zo scherp te trekken. Waar trekt u ze? Laat u zich als ziekenhuis sponsoren door de farmaceutische industrie? Een heikel onderwerp. Het is van belang om vóóraf te bedenken aan wie u gaat vragen omdat die keuze in belangrijke mate de inrichting van de campagne bepaalt. Gaat u sponsors zoeken dan moet u tegenprestaties te bieden hebben die voor de sponsor interessant zijn.
C.Beers op 18 February 2010
ondernemen op curacao
Is er sprake van één oprichter, dan is de stroman overbodig; de intentieverklaring is inderdaad voldoende. Men spreekt dan van een voorverklaring. Hoe paradoxaal het ook moge klinken in verband met de zeer drastische gevolgen die deze voorovereenkomst heeft, zij is geheel vormvrij en kan zelfs mondeling worden afgesloten. N.B.: Voor het geruisloos omzetten is een tijdig opgemaakte en bij de Belastingdienst geregistreerde voorovereenkomst nodig. Dit geld niet voor het ondernemen op curacao. De voorverklaring kan moeilijk anders dan schriftelijk. De grondgedachte is dat fiscaalrechtelijk ervan uit wordt gegaan dat de resultaten van de onderneming vanaf de datum van de voorovereenkomst voor rekening van de (op te richten) BV zijn. Deze passage dient dan ook in elke voorovereenkomst voor te komen en daaraan ontleent die overeenkomst tussen de oprichters zijn betekenis. “Voor rekening van de op te richten BV. Deze terminologie geeft dan tegelijkertijd de tweede hoofdstroom weer: want wat fiscaal rechtelijk geldt heeft ook civielrechtelijk een bepaalde geldigheid. Alleen als men de voorovereenkomst wil laten terugwerken tot de eerste dag van een kalenderkwartaal geldt als extra eis dat de totstandkoming van de BV binnen negen maanden na die eerste kwartaaldatum volgt Een en andermaal is deze vraag onderworpen aan het oordeel van de burgerlijke rechter, en ook hier moeten we oppassen.
Er wordt wel gezegd dat de BV i.o.’ tot aan de oprichting een firma zou zijn. Dit is in zijn algemeenheid onjuist Wanneer er vóór de voorovereenkomst een firma bestond, is die er uiteraard ook nog in de voorperiode (de firma wordt pas geliquideerd na de juridische oprichting) en dan is er geen probleem. Waar het hier om gaat is de hoofdelijke aansprakelijkheid. Kan de verkoper misschien voor het nog niet betaalde bedrag bij de medeoprichter terecht? De juiste zienswijze is dat de rechter uit de inhoud van de voorovereenkomst en uit de feitelijke gedragingen af moet leiden, of partijen naar buiten toe zodanig zijn opgetreden, dat zij - al is er dan geen firmacontract - toch geacht moet worden hoofdelijk aansprakelijk te zijn. Met andere woorden: mocht de verkoper het vertrouwen koesteren dat voor het contract dat hij met de ‘BV i.o.’ tekende, beiden aansprakelijk waren met hun gehele vermogen? Dan - alleen dan - zal de rechter zeggen dat beiden moeten betalen, alsof er een firma was. De rechter zegt dus niet: ‘Er zij firma’, maar: ‘Er zij hoofdelijke aansprakelijkheid’ en wel omdat de contractpartner uit de feiten en omstandigheden mocht afleiden dat er een firma was. Zo loopt dan de affaire toch wel goed af… tenminste, als de verkoper oplet, zowel bij het sluiten van het contract (wie is mijn tegenpartij?) als bij het totstand komen van de BV (wordt het contract wel overgenomen?). Zie hier dus de eerste methode: de 4BV i.o.’ is contractpartner (en dus A, misschien ook de medeoprichter). De meest gebruikelijke methode is dit niet.
C.Beers op 7 January 2010
t shirt bedrukken
Neergang van Nederlandse katoendrukkerijen bij de Amsterdamse katoendrukkerijen lag de situatie anders. Deze deden vooral aan t shirt bedrukken. Daar sloten tal van drukkerijen in steeds sneller tempo hun poorten. Een aanwijzing dat onder druk van de recessie de kwaliteit van het drukken ging teruglopen is een Plakaat uit 1767, uitgevaardigd door de Staten-Generaal tegen het klandestien bedrukken van katoen in onbestendige kleuren. Tussen 1750 en 1772 daalde het aantal katoendrukkerijen van 80 naar 21.
De in de bloeiperiode zo machtige bedrijven van de heren Coudercq, Coops en Van den Berg gingen één voor één failliet of verdwenen de levensstijl van de Doopsgezinde Broederschap waartoe de families De Clercq en Stockelaar behoorden. Achterin het boek met ontwerptekeningen is een monster geplakt van behangselpapier met de vermelding ‘Ziercurieus’ en ‘60 fr. v.’. Het is mogelijk dat ‘Overtooms Welvaren’ in deze slechte tijden evenals andere katoendrukkerijen als nevenprodukt behangselpapier vervaardigde. Een aantal krantenadvertenties van Amsterdamse bedrijven tussen 1785 en 1814, de tijd van de ineenstorting van de katoendrukkerijen, duidt op een combinatie van katoen- en papierdruk in één bedrijf of het overgaan van de ene in de andere bedrijfstak17). Ook de benaming ‘chits-papier’ die in een advertentie in de Amsterdamse Courant van 18 april 1804 voorkomt en generaties lang is gebruikt voor papier dat met houten blokken is bedrukt, dikwijls met een bloemetjespatroon, lijkt dit te bevestigen. Maar, een bedrukte katoenen stof en een sitspapier uit deze tijd met een identiek ornament is nooit gepubliceerd.
Naast de katoendrukkerijen kregen ook de winkels die in sits en katoendruk handelden het moeilijk. Het Amsterdamse belastingkohier uit 1742 noemt 80 bedrukte kleding winkels. Een Koopliedenboekje uit 1767 somt zelfs 117 bedrukte kleding winkels op (Van Nierop 1932). In Koopliedenboekjes van 1771 en 1776 daalt dit aantal scherp18). Helemaal te verklaren is dit niet bij vergelijking van namen en adressen van de desolate boedelkamer van de stad Amsterdam. Echter, in vergelijking met de veertiger jaren van de eeuw is het aantal faillissementen in de tachtiger jaren enorm. Omvangrijke déconfitures waren die van Philip Marchand in september 178219) en van Jan Pieter Sax in december van dat jaar20), beiden handelaar in sits, bontgeweven stoffen en bedrukte katoen. In de eerste boedel bevond zich onder meer Duitse katoendruk met opvallend veel ‘nachtgronden’ - zwarte fonds -, ‘inlandsche Chits’ - Nederlandse katoendruk -, en ook nog een ‘Chitse kast’ - een uitstalkast voor sits. In de boedel van Marchand bevonden zich naast veel Europese katoendrukken ook Indiase bedrukte kleding met de benamingen ‘Paars Surats’, ‘gebandeerd [gestreept] volle Chits’ en ‘Chits Amababat’. Een textielbranche die van de economische neergang profiteerde was de handel in tweedehands kleding. Zogenaamde ‘kleerkoperswinkels’ komen regelmatig voor in de advertentierubriek van de Amsterdamse Courant aan het einde van de achttiende eeuw. Zo moet er in mineur besloten worden ten aanzien van handel in en produktie van sits en katoendruk in Nederland.
C.Beers op 29 December 2009
trouwringen
Door de voorkeur voor gladgepolijste, hoge kleurstenen valt er nauwelijks onderscheid te maken tussen de trouwringen van de kunstnijveraars, de fabrieken en die van de kleine ateliers of werkmeesters uit de periode tussen 1935 en 1947. De toegepaste kunst werd dus geen gemeenschapskunst in de zin van volkskunst, tot grote frustratie van de kunstnijveraars die hun vak beoefenden uit sociaal idealisme. In geval van twijfel konden etiquetteboeken geraadpleegd worden. Geheel passend in de voorkeur voor ‘echt’ uit deze jaren zijn de opgemaakte stukken in zilver gevat, tot een rijk stuk als de handspiegel van Joanna Brom aan toe.’ Gijs Bakker had zich in de discussie smalend uitgelaten over dit nieuwe werk van Rob Smit: ‘Ouderwetse Schmuck die het sieraad als statussymbool en beleggingsobject in ere herstelt. Bij de mooiste of in ieder geval de kostbaarste kledingbeelden leken kleding, sieraden en accessoires als kant, borduursels en corsages van al of niet echte bloemen moeiteloos in elkaar over te gaan. ‘Wie weet - als H. Een ander initiatief was van Marie-José van den Hout, die in 1986 een aantal kunstenaars uit verschillende disciplines vroeg om een sieraad of lichaamsgebonden object te maken in een oplage van twintig stuks. Een stevige, zilveren broche die met het duidelijke smeedwerk alle kenmerken van het kunstnijvere sieraad uit deze jaren bezit, is een langwerpige speld met een zeer hoge, gladgepolijste kornalijn. Op de meubelbeurs in 1997 in Milaan presenteerde hij voor de eerste maal een aantal sieraden onder het label Chihapaura.
Bij het voor dit vakblad nogal lange artikel werden werkstukken afgebeeld die leerlingen uit het eerste, tweede en derde studiejaar tussen 1932 en 1934 hadden gemaakt. Het goud werd zo dun mogelijk uitgerold om het oog te behagen, echter niet de leverancier van het goud. Een aardige zilveren trouwring met de driehoekige schakels van geperste barnsteen getuigt van die belangstelling voor deze ‘kunststof van natuurlijke oorsprong’. Het werk van de Amsterdamse sierkunstenares led Stigter weerspiegelde volgens Goud en Zilver de geest van de tijd: het was eerder krachtig dan subtiel, hoewel het verfijnde vondsten bezat, zoals sluitingen van armbanden die op vernuftige wijze waren gecamoufleerd. In 1981 maakte zij een armband in goud en zilver, bestaande uit in serie geschakelde vierkanten, die in 1984 in een artikel in Bijvoorbeeld door Staal werd getypeerd als ‘een vierkant met tachtig haakse hoeken. Bij deze disciplines, die traditioneel tot de gebonden kunsten werden gerekend, heeft de vorm een zelfstandigheid verkregen die de functie overheerst en verdrongen heeft. een der zeer weinige kunstnijveren, die zich wagen aan het verwerken van dezen steen, die door zijn felle schittering nauwelijks nog ornament verdraagt en die - misschien juist daardoor - gedoemd schijnt, op de gebruikelijke, fantasieloze en onpersoonlijke wijze te worden behandeld, getuige de bijoux, welke ons uit welhaast alle gepantserde juweliers etalages tegenstralen. Maar ook blijkt dat bij een kunstnijvere sieraadontwerpster als led Stigter de echtheid van haar materie een integraal onderdeel vormde van de waardering voor haar werk.
C.Beers op 18 December 2009
gebruikte kantoormeubelen
Een geschiedenis van het twintigste-eeuwse kantoormeubelen design zal altijd neerkomen op het signaleren van tradities, op het achterhalen van herontdekkingen en nieuwe uitvoeringen van gebruikte kantoormeubelen die alle terug te voeren zijn op voorbeelden uit de negentiende eeuw. We kunnen niet om het inzicht heen, dat in de vorige eeuw vele fundamenten zijn gelegd van wat wij heden ten dage graag voor oorspronkelijk houden. De elementen die in dit opzicht van belang zijn, vallen in twee groepen uiteen: ten eerste waren daar de eenvoudige ontwerpen van het Biedermeier en van aanverwante stijlen in andere landen, ten tweede waren daar de invloeden van de industrialisatie op het gevoel voor vorm en op de materiaalbehandeling. Terwijl de vooruitstrevende kantoormeubelen van vooral het Weense Biedermeier al gauw in de vergetelheid raakten en pas rond 1900 weer ontdekt werden, was de factor van het industriële productie denken van toenemende invloed op de ontwikkelingen. De mechanisatie die hiermee gepaard ging, werd meestal verbloemd door allerlei op goed geluk gekozen vormen uit het verleden. De bewonderenswaardig ingenieuze trekjes van de negentiende eeuw werd daardoor zonder twijfel geweld aangedaan. Maar uiteindelijk was niet alles wat bedacht werd ook werkelijk uitvoerbaar. De representatieve ruimte in de adellijke wereld van voor 1800 was in de eerste plaats een lege ruimte. Tafels werden alleen wanneer dat nodig was in het midden van de kamer gezet en daarna weer weggezet of zelfs uit elkaar gehooid Het burgerdom had er al van oudsher weinig belangstelling -en evenmin de mogelijkheden- voor om de woonvormen van de adel over te nemen. Met het Biedermeier kreeg de burgerlijke levensvorm voor het eerst een eigen benaming en onttrok zich aan het voorbeeld dat de adel stelde. De burgerlijke stijl van het begin van de negentiende eeuw werd gekenmerkt door een ongecompliceerd nut en was er niet op gericht om welvaart ten toon te spreiden. Het was een arme tijd, maar zoals zo vaak ontstond onder druk van de omstandigheden iets nieuws.
Van verfraaiing werd zoveel mogelijk afgezien, dat kostte toch alleen maar geld Gladde houten oppervlakken, die hun bekoring aan hun glanslaag ontleenden, bepaalden het uiterlijk van de meubelen. Het fineerblad werd het liefst in symmetrische patronen samengesteld. De duidelijke eenvoud had echter nog niets met massaproductie te maken, maar was het resultaat van puur ambachtelijk werk. Met de opkomst van het burgerdom begonnen echter ook de wetten van de geïndustrialiseerde maatschappij in werking te treden: concurrentie tussen firma’s en concurrentie tussen de burgers onderling. Het gelonk naar de uitgestalde rijkdommen van de buren leidde tot de bloei van kunstmeubelmakerijen. Het nabootsen van historische voorbeelden getuigde van goede smaak. Het biedermeiermeubel verdween zo volledig uit het gezicht, dat het Weense tijdschrift ‘Hohe Warte’ onder de kop ‘Biedermeier als Erzieher’ (Biedermeier als opvoeder) in 1904 het volgende schreef: “De musea, in de ban van de kunstgeschiedenis, beschouwden zich als te voornaam om die dingen te verzamelen en ook te laten zien hoe onze grootouders leefden.” De titel van het artikel toont aan dat in het begin van deze eeuw, in het kader van de verschillende hervormingsbewegingen -waarvan de Jugendstil er slechts een was-, een herbezinning op de eenvoudige vormen van de biedermeierstijl had plaatsgevonden. Maar de oorspronkelijke situatie was niet meer te herhalen.
C.Beers op 30 November 2009
geboortekaartjes
Er zijn altijd mensen die op uw advertentie zullen reageren, zodat u weer een aantal geboortekaartjes extra heeft om bij uw verzameling te voegen. Zoals u ziet kunnen u en uw partner vele kanten op met het kiezen van een geboortekaartje. Is het kaartje voor een jongen of een meisje, of misschien wel voor een tweeling. Natuurlijk kunt u ook oproepen doen bij praktijken van verloskundigen. Wat ook een valkuil kan zijn is dat de e-mail niet gelezen wordt door de ontvanger terwijl de mail wel in de inbox verschenen is. Wie weet zijn er nog mensen die een geboortekaartje voor u hebben liggen en u hier graag blij mee willen maken. Het voordeel van geboortekaartjes bekijken bij de drukker is dat u de geboortekaartjes in het echt ziet. De drukker heeft van tevoren al afspraken met u gemaakt over de indeling van het geboortekaartje en zal nu de door u aangeboden informatie aanpassen aan het geboortekaartje.
Als u echter uw hele familie een kaartje wilt sturen, moet u zich afvragen of u die (voor u) onbekende broer van uw opa of oma wel een kaartje wilt gaan sturen. Het kan natuurlijk uw keuze zijn om deze persoon toch een kaartje te sturen, maar hierbij moet u wel bij uzelf nagaan of het wel zinvol is als deze persoon een geboortekaartje zal ontvangen. Gefeliciteerd. Deze heeft over het algemeen de beschikking over vele mappen met voorbeelden van geboortekaartjes. Post u de kaarten op zondag, zal de kaart er een dag langer over doen om aan te komen, dan wanneer u de post op woensdag in de brievenbus deponeert. Is het iemand die u ooit vroeger gekend heeft en nu nog maar eens per jaar in de stad tegen komt en hallo tegen zegt. Het kan dus zijn dat u toch geboortekaartjes moet laten drukken om de personen zonder e-mailadres alsnog op de hoogte te brengen van de geboorte van uw zoon of dochter. Er zijn bij het postkantoor speciale ‘kraampostzegels’ verkrijgbaar die u op de enveloppe van een geboortekaartje kunt plakken. U kunt er ook voor kiezen om uw baas en uw afdeling (en eventueel ook andere afdelingen) binnen het bedrijf een geboortekaartje te sturen. Hoe uniek kunt u zijn. Zij moeten wel weten wie er geboren is, wie de ouders zijn en of de kleine spruit gezond is. Hier mot u niet te licht over denken, het kaartje zal immers aan iedereen laten weten dat u de moeder en vader bent geworden van een geheel nieuw wereldwonder. Welk geboortekaartje gaat u uitkiezen. Uw keus is dus gevallen op een geboortekaartje waarvan u zeker weet dat de naam van uw zoon of dochter daarop komt te staan. Veelal heeft dit type geboortekaartje een neutrale kleur welke goed bij een jongen en een meisje kunnen passen.000 exemplaren. Iets wat hoogstwaarschijnlijk lastiger is dan u aanvankelijk voor mogelijk had gehouden. Op internet kunnen de kleurbeelden namelijk nogal eens afwijken van de werkelijkheid.
C.Beers op 25 November 2009
limousine verhuur
Zo werd de naam limousine geboren. De aanvraag voor de limousine verhuur moet ruim van tevoren plaatsvinden, wat overigens verschilt per bedrijf, zodat het bedrijf rekening kan houden met de beschikbaarheid van de gewenste limo en het gekwalificeerde personeel. Van de André Hazes limousine, waar alles in de stijl van André Hazes is zowel de muziek als het meubilair, tot een roze (de Pink-limo). Verschillende bedrijven bieden verschillende arrangementen aan. Ook in de radio programma’s is het al gebruikelijk om een eigen limousine te hebben, en deze als prijs te gebruiken, om de luisteraars te verwennen met een rondrit. Voor deze mensen is status van groot belang en daarom zullen deze mensen vaker een limousine rit maken dan menig doorsnee persoon. Men kan denken aan een ingebouwde bar, die er vaak in zitten, maar het kan nog veel anders. De prijzen voor het huren van een limo verschilt natuurlijk per eis. Limousines of limo huren mensen vaak voor bepaalde gelegenheden of om een rondtour te maken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan promotiedoeleinden of een jubileum. De meeste mensen zullen een limo huren, meestal voor de trouwdag. Eerst zondagsavonds rijdt de limo-chauffeur zijn passagiers weer zorgeloos huiswaarts. Hij stond zijn mannetje in zulke uiteenlopende klimaten als het westfront en de woestijnen van Arabië.
In de limousine is er namelijk genoeg ruimte om te onderhandelen, en dan nog wel in stijl. Verhuurbedrijven. Daarom zal een limousine die erg lang is ietwat breder zijn dan een kortere, dit allemaal in verband met de veiligheid. Het was tevens het laatste model uit Sir Henry Royce’s opmerkelijke loopbaan. In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en de 40/50 bewees goede diensten als pantserauto. Veel Limousines beschikken nu ook over een eigen mini bar, dus drinken is er in overvloed. Hierbij wordt het afhalen van speciale gasten op drie niveaus aangeboden: als business, executive en private arrival service. Op vrijdag na het werk rijdt de superstreched limousine voor en terwijl zijn passagiers genieten van een DVD filmpje waarbij hun tongen regelmatig besprenkeld worden door kostelijk champagnevocht en de kwinkslagen over elkaar heen tuimelen, levert de luxe limo zijn door en door verwende vrachtje veilig af op de gekozen winterbestemming, waar skipas gereed en hotel met halfpension al geboekt is. Limo´s kunnen in diverse merken, lengte´s, kleuren en met diverse functies binnen in gehuurd worden. Behalve luxe reisjes per limo zijn er ook limo verhuurbedrijven die een zgn. De Limousine straalt dan ook een stukje rijkdom uit, en dit is heel begrijpelijk, want deze auto heeft niet iedereen. En kunnen ook mensen die geen miljoenen op hun bankrekening hebben staan zich het veroorloven om er gebruik van te maken. Dat model was niet alleen Henry Royce’s meesterwerk (en dus ver vóór op zijn tijdgenoten), het was van een dusdanige kwaliteit dat de firma zonder kans op tegenspraak kon beweren dat men ‘De beste auto ter wereld’ bouwde. Deze mensen zorgen voor de humane extra’s, bijvoorbeeld de deur openhouden voor de gasten, of het tempo mindere wanneer men dat wenst. De eerste opvolger, de Phantom I, werd geïntroduceerd in 1925.
C.Beers op 23 November 2009
zandbak
In de zomer van 2003 was ik samen met mijn man en dochter op vakantie in de Belgische Ardennen. Tijdens deze vakantie bezochten wij het speelgoedmuseum in Ferrières (Musée du Jouet). Dit museum staat gek genoeg bekend om haar zandbak. Het was niet het eerste bezoek aan dit museum, we zijn er vele jaren geleden al eens eerder geweest. Het is geen groot museum en het heeft eigenlijk ook niet zo’n heel bijzondere collectie. Het is wel een museum met een heel vriendelijke uitstraling en wat me tijdens dit bezoek opviel is de zorgvuldige aandacht voor de Belgische speelgoedindustrie. De eerste kamer die je binnen komt is geheel aan dit “vaderlands” product gewijd en er hangt een plattegrond van België waarop precies staat aangegeven waar de Belgische speelgoedfabrieken zich bevonden. Na thuiskomst heb ik hier samen met mijn ouders (Herman en Heleen Beckers) over nagepraat en hebben we besloten dat we een soortgelijke kaart wilden maken voor Nederlandse speelgoedfabrieken. Er bleken veel meer Nederlandse speelgoedfabrieken te zijn geweest dan we in eerste instantie werd dachten. Het aantal speelgoedfabrikanten fluctueerde ook sterk door de tijd. Uiteindelijk besloten we een serie kaartjes te maken om de veranderingen in de tijd weer te geven. Gaande weg werd ook duidelijk dat we tijdens het onderzoek voor dit boek niet in staat zouden zijn een compleet overzicht te schetsen. Over veel fabrieken is weinig of zelfs helemaal niets bekend en regelmatig kwamen we voor verrassingen te staan en moesten eerder gevormde ideeën worden herzien. Als u nu vraagt: “Hoeveel speelgoedfabrieken had Nederland nu eigenlijk?”, dan moet ik u het antwoord helaas schuldig blijven. Maar het zijn er in ieder geval meer dan men zo op het eerste gezicht zou denken.
De professionalisering heeft zich in een snel tempo voltrokken. Niet alleen werd het uit 1889 daterende pakhuis verdieping na verdieping opengesteld voor het publiek en kreeg het museum ruimere openingstijden en meer bezoekers, ook de bedrijfsvoering en collectie hebben een grote verandering ondergaan. Op 2 september 1994 werd een stichting opgericht die tot doel had de collectie te beheren en tentoon te stellen. In eerste instantie bestond deze stichting uit Herman en Heleen Beckers maar in 1995 werd de stichting uitgebreid tot een voltallig bestuur. Omdat het museum geen overheidssubsidie kreeg maar zichzelf financieel moest bedruipen werd er een grote groep vrijwilligers gevormd die zich door de jaren heen hebben ingezet om het museum in stand te houden. Ook werd een vereniging “Vrienden van het museum” opgericht, met een bijbehorende nieuwsbrief die al de vrijwilligers en vrienden op de hoogte hield van het laatste museum nieuws.
C.Beers op 20 November 2009
kerstgeschenken
In tegenstelling tot de kerstgeschenken, die in Europa reeds sinds de 15de eeuw in omloop waren, zijn de kerstkaarten van veel recentere makelij. Het was een Britse zakenman die in 1840 op het lumineuze idee kwam om kerstkaarten in grote oplage te laten maken. Hij vond het veel te tijdrovend om de kaarten voor zijn familie en kennissen zelf met de hand te schrijven. Daarom liet hij een soort van lithografieën ontwerpen, die met de hand werden ingekleurd en de tekst ‘Vrolijk Kerstfeest en een Gelukkig Nieuwjaar’ bevatten. Het overschot aan kaarten verkocht hij. Toch duurde het nog tot in 1870 alvorens hij succes oogstte. Het ondertussen goedkoper geworden posttarief evenals de goedkopere kleurendruk speelden hierin een belangrijke rol. De kaarten waren in trek bij handelaars, die ze als een soort promotiestunt aan hun klanten gaven. Het aanbod versierde kaarten allerhande nam daardoor gestaag toe.
Op de eerste kerstkaarten ontbrak elke vorm van of verwijzing naar een christelijke afbeelding. Pas tegen het einde van de 19de eeuw verschenen er kersttaferelen op de kaarten, vooral kerststallen. Tegenwoordig zijn ze trouwens alweer in diskrediet geraakt. Een uitzonderlijk geliefkoosd motief is het roodborstje. Vanwege de rode borst werd het diertje volgens een oude heidense legende beschouwd als de bode van het vuur, en tegelijkertijd de warmte, naar de aarde. Daarom stonden er in het verleden strenge straffen op het doden of verwonden van een roodborstje. Het verband met Kerstmis heeft het roodborstje waarschijnlijk te danken aan de volgende legende. De stal van Jezus’ geboorte was erg koud. Daarom moest Jozef op zoek naar brandhout, wat nogal wat tijd in beslag nam. Ondertussen probeerde Maria in haar eentje het vuur aan te houden, wat haar amper lukte. Enkele roodborstjes die dat opmerkten, kwamen haar op het nippertje te hulp en wakkerden met hun vleugeltjes het vuur weer aan. Daarbij schroeiden ze hun borstveren, die alzo rood werden. Daarnaast bestaat er nog een andere legende, met name die van het bloed. Bij Jezus’ kruisiging poogde een roodborstje de dorens uit Christus’ hoofd te trekken. Het diertjes borst raakte alzo onder het bloed van Jezus en die vlek is voor altijd blijven zitten, als teken van mededogen. Of verbrandde het roodborstje zijn borst toen hij het vuur van de hel wilde uitdoven met water dat hij bekje voor bekje uit een riviertje haalde?
Ook besneeuwde landschappen zijn nog altijd erg in. Zij scheppen een idyllisch beeld van een witte kerst en moeten de mensen doen vergeten dat het weer in onze contreien bijna uitsluitend een natte kerst in petto heeft. Nu nog, maar zeker in het verleden, kun je op kaarten evenwel alles verwachten. Zo werden er eigenaardig genoeg geregeld klompen op afgebeeld. Zij werden meestal versierd met een maretak of bloemen. Of er zat een stralende baby in de klomp. Een frivole variant daarvan werd de damesschoen met hoge hakken. Wat het verband tussen Kerstmis en die klomp is, blijft giswerk. Een mogelijke verklaring is dat men in sommige streken alleen rond Kerstmis speciale koeken bakte in oude bakvormen die de vorm van een klomp hadden.
C.Beers op 16 November 2009
stropdassen
Natuurlijk was nonchalance in de jaren na de Eerste Wereldoorlog iets heel anders dan tegenwoordig. De prins heeft wel eens gezegd: “Mijn hele leven ben ik aan het knagen aan de beperkingen van de kleding waarin de wereld van stijve sociale conventie van mijn familie wordt weerspiegeld. Mijn eerste gedachte wanneer ik alleen ben, is vaak mijn jas uit te trekken, mijn das af te doen, mijn kraag wat losser te maken en mijn mouwen op te rollen.” Hij zou dit echter nooit in het bijzijn van anderen hebben gedaan. En dat gold ook voor de meest extreme excentriekelingen en academici. Mannen bleven in toenemende aantallen kragen en dassen dragen, toen de massa productie meer kleding binnen het bereik van steeds meer mensen bracht. De gepensioneerde stropdassen fabrikant Myron Ackerman, wiens New yorkse firma voeringen voor dassen leverde, herinnert zich: “In de Eerste Wereldoorlog sloeg er een stropdassen manie toe in Amerika. Iedereen, van zeepwerkers tot kerels op de bouwplaatsen, droeg een das; maar het waren behoorlijk eenvoudige dassen. Het ontwerp bestond in veel gevallen niet. De stropdassen waren slechts repen stof van ongeveer 5 cm breed. Dit inherente conservatisme werd nog eens onderstreept door enkele gevolgen van de oorlog. In Engeland was men er altijd trots op geweest een gestreepte regimentsdas te mogen dragen en meer mannen dan ooit hadden zich dit voorrecht verworven. Ook de Amerikanen waren beïnvloed door wat zij op de slagvelden in Frankrijk en België hadden gezien. Zij namen het idee van de gestreepte das als kenteken van een officier en heer mee naar hun eigen land. Na alle omzwervingen was het beeld ervan echter wel wat veranderd. Waar de strepen van de Engelse das diagonaal van linksboven naar rechtsonder liepen, liepen (en lopen) die van de Amerikaanse imitaties van rechtsboven naar linksonder.
Robert Gieves van Gieves & Hawkes, hofleverancier voor zowel prins Charles, de huidige prins van Wales, als voor prins Philip, de hertog van Edinburgh, legt uit dat hiervoor twee belangrijke theorieën bestaan. “Het aardigste verhaal is dat van een Amerikaans heer die een das vanuit Engeland mee naar huis nam en daar zo tevreden mee was, dat hij zijn kleermaker belde om hem te vragen er nog enkele bij te maken,” zegt Gieves, wiens familie sinds de dagen van Napoleon marine-uniformen en kleding voor allerlei prominenten maakt. “Hij stond voor de spiegel en beschreef de das nauwkeurig; hij vergat daarbij alleen dat hij zijn spiegelbeeld beschreef en het resultaat was de Amerikaanse rechtsboven linksonder streepjesdas.” Mijnheer Gieves geeft toe dat dit verhaal waarschijnlijk niet waar is. Hij gaat ervan uit dat de ware reden voor de Amerikaanse spiegelbeeld streepjesdas wat prozaïscher is. “Europese dassenmakers sneden het materiaal met het patroon aan de bovenkant, terwijl de Amerikanen dit aan de achterkant deden,” zegt hij. “Zo simpel ligt het waarschijnlijk.” T.M. Lewin & Sons, de Britse specialisten in regiments-, club- en schooldassen, hebben een nog eenvoudiger oplossing voor het raadsel. “Hoewel de meeste Britse regimentsstrepen van linksboven naar rechtsonder lopen en er maar een paar dassen zijn waarbij ze van rechtsboven naar linksonder lopen,” zegt Paul Symons van deze firma, “kan het heel goed zijn dat de eerste das die gebruikt werd als patroon door de Amerikaanse dassenfabrikant, er een van het laatstgenoemde type was.”
C.Beers op 13 November 2009
bollywood
Export van films naar het buitenland was geen nieuw fenomeen, want al sinds de jaren veertig van de vorige eeuw was bollywood populair in delen van Azië, het Midden Oosten, de Sovjet Unie en het Caribische gebied. Opgegroeid in de nabij gelegen gemeenten Zoetermeer en Rijswijk kende ik Den Haag vrij goed, althans dat dacht ik. Zij strijken neer waar ze voedsel vinden, vullen hun maag en vliegen dan verder. Bij navraag bleek echter dat zij Hindoestanen waren, afkomstig uit Suriname. Hierin zien we een Punjabi migrant op Trafalgar Square in Londen de duiven voeren. (. Op het Paul Krugerplein en het Hobbemaplein was ik nog nooit geweest.) Dat is wat DDLJ tot een cultfilm maakte. De glazen vitrines met ontelbare videobanden en cd’s uit Bombay, de opvallende reclameposters waarop de filmsterren hun handelswaar aanprezen, de kalenders met Hindoe goden aan de wand, de zware geur van wierook en de hoge tonen van de Indiase filmmuziek riepen bij mij onmiddellijk een déja vu ervaring op. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Het is elf uur ’s avonds.
Toen ik vijfjaar later terugkeerde naar India greep ik de kans om meer Indiase films te bekijken en raakte ik vertrouwd met de filmtaal van Bombay. In de jaren negentig is de tendens dat filmmakers zich steeds meer gaan richten tot de Indiase diaspora. De eerste film die de diaspora niet belachelijk maakte maar juist probeerde aan te spreken was DILWALE DULHANIYA LE JAYENGE (1995). PARANJPYE (1902), over een man uit Maharashtra die in Cambridge wiskunde gestudeerd had.’ (. In de jaren zeventig ontstonden er drie afgebakende genres: commercieel, kunstzinnig en regionaal (Dwyer 2000). Films als JURASSIC PARK en SPEED behoorden tot de tophits van 1994: de angst voor verdringing van de eigen filmindustrie zat er goed in. Elke ochtend wandel ik over deze straat, en elke ochtend vraagt de straat mij opnieuw: ‘Chaudhary Baldev Singh, wie bent u. Sinds haar relatie stukliep een jaar geleden woont ze bij haar moeder in, samen met haar jongere zusje. Hindoestanen zijn ook goed vertegenwoordigd in het gemeentebestuur dankzij een aantal Hindostaanse gemeenteraadsleden en ambtenaren met een invloedrijke positie. Wanneer zal ik uitvliegen . Niemand kent me hier behalve deze duiven. Ook had ik geen idee van hun achtergrond en geschiedenis. Om nieuw publiek aan te spreken keerde bollywood terug bij de romantiek van de jaren zestig, gecombineerd met het drama van de jaren zeventig, maar zonder het geweld en de sociale bewogenheid. De openingsscène alleen al is tekenend. Op televisie zijn Indiase videoclips te zien: filmliedjes, afgespeeld van dvd-schijfjes. Vooral de jongeren namen mij op sleeptouw naar allerlei plekken waar ik ‘de Hindostaanse cultuur’ kon bestuderen. Het benadrukt bovenal dat we onze ouders respecteren. Op de Paul Krugerlaan, te midden van tientallen import-exportzaken met producten uit India en Suriname, vond ik de kleurrijke etalage van de Govinda’s Videotheek. Dankzij de Indiase cinema ging er een nieuwe wereld voor me open. Hier zijn talloze dansgelegenheden waar bands en diskjockeys Indiase filmmuziek ten gehore brengen en waar Hindostaanse jongeren komen om te dansen en te feesten.
C.Beers op 12 November 2009